Column
DISTELPLUIS (15 februari 2012)
De waarheid
Mijn ideale zondagochtend: een zonnetje door het raam, mooi vioolconcert op de achtergrond en de kranten gespreid op de eettafel. Als ik dan een boeiend interview met een schrijver tegenkom, kan mijn dag niet meer stuk.
Omdat ik niet het type ben dat dagelijks in schrijverscafés rondhangt, haal ik mijn informatie voornamelijk uit de schrijvende media. Ik wil immers wél graag op de hoogte blijven. Wat literatuurwetenschappers en –recensenten schrijven is voor mij van minder belang. Zij schrijven voor lezers. Ik lees veel liever wat andere schrijvers bezighoudt. Niet of hun voorkeur uitgaat naar een kat of naar een hond, liever niets over hun vakanties of hun liefdesleven. Ik wil inzicht krijgen over hun aanpak, hoe ze met hun onderwerp omgaan, hoe ze hun inspiratie voeden en hoe ze aan het schrijven blijven.
En dan ontdek ik de betrekkelijkheid van deze informatie: waar de ene schrijver bij zweert, wordt verfoeid door de ander. Wat de ene als heilige waarheid verkondigt, speelt totaal geen rol bij zijn collega. Neem nu Edwin de Vries en Mensje van Keulen. Beiden gerenommeerde schrijvers met een grote staat van dienst. De Vries gaf een interview aan Wegener voor de mediabijlage (11-2-’12) van de regionale dagbladen. Het ging daarbij natuurlijk over zijn nieuwe televisieserie Dokter Deen waarin zijn vrouw Monique van de Ven de hoofdrol speelt.
De Vries vertelt dat Dokter Deen is geïnspireerd op een Zeeuwse huisarts die ooit naar Vlieland emigreerde en daar een praktijk opzette. Edwin en Monique hebben een huis op dat eiland en veel van de situaties uit de dramaserie zijn gebaseerd op de werkelijkheid. De Vries verklaart dit als volgt: ‘Je put altijd uit je persoonlijke bagage, daar is geen ontkomen aan.’
Hoe anders is dat voor Mensje van Keulen. Na veertig jaar schrijverschap en dertig titels heeft ze zeker recht van spreken. Toef Jaeger interviewde de schrijfster over haar nieuwe roman Liefde heeft geen hersens voor Boeken (10-2-’12), de wekelijkse bijlage over literatuur van NRC Handelsblad. Mensje heeft het geprobeerd, dat autobiografische. Onder meer met Olifanten op een web, over de dood van haar moeder, maar ze geeft voorkeur aan de verbeelding. Van Keulen: ‘Ik begrijp niet dat sommige schrijvers beweren dat ieder boek autobiografisch is. Zo is het niet. Je personages en hun verhaal worden een deel van je leven, maar dat is niet autobiografisch.’
Twee schrijvers, twee meningen. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat er niet één waarheid bestaat. Niemand kan de waarheid claimen, want ieder heeft zijn eigen waarheid en dat is prima. Mijn waarheid zegt iets over het proces waarin ik me bevind. Terwijl ik ouder word, groeit dat wat ik als waarheid beschouw met me mee en verandert. Ik vind een nieuwe waarheid: de waarheid van dat moment.