Marjon Sarneel, Schrijfster, Columniste, Recensente, Terneuzen. voor workshop en cursussen


Ga naar de inhoudsopgave

Trojaanse vrouwen

Publicaties > Recensies > 2010-2012

TROJAANSE VROUWEN van Euripides

DRAMA IN SEPIA

Dat de regen neerplenst tijdens het eerste halfuur van de première van Trojaanse Vrouwen onderstreept de immense triestheid van deze klassieke tragedie. Hoofdrolspelers zijn de slachtoffers van de Trojaanse oorlog: de vrouwen die alles verloren hebben. Land, man, zoon.

Het Zeeland Nazomerfestival heeft het stuk van Euripides gesitueerd op het voormalige veerplein in het Zeeuws-Vlaamse Perkpolder. Talloze keren heb ik daar op de veerboot gewacht. Maar toch ‘voel’ ik de plek niet: ‘met de boot mee’ was een uitje, naar de overkant een feestje. Die woorden zijn vandaag niet van toepassing.

De vrouwen spelen binnen een afrastering van zestig meter breed, zeecontainers in de rug. Een bühne om bang van te worden als acteur. Ze zijn ook bang, de vrouwen. In monologen speculeren zij op de meest gevreesde scenario’s. Ze gissen wie hun toekomstige meesters zullen zijn, want de voormalig hooggeplaatste vrouwen worden als slavinnen verdeeld onder de overwinnaars. Voorwaar een gruwelijk lot.

Via een luidspreker krijgen wij, en zij, de details van hun toekomst mondjesmaat te horen. Gelatenheid overheerst. Deze vrouwen zijn het protest, het verzet voorbij. Hun ogen zijn versleten van alle gruwelijke oorlogdetails die ze hebben moeten waarnemen. Hun gegil, gekrijs, gekerm is nagenoeg verstomd en wordt verbeeld als treurige echo op de achtergrond. Zij kunnen nu alleen maar aanhoren.

Die intense gelatenheid maakt diepe indruk. Deze totale hopeloosheid schetst de verschrikkingen waar ze doorheen gegaan zijn méér dan hysterie zou doen. Zelfs als de stem aankondigt dat Astyanax, het kleine zoontje van Hector, vermoord zal worden door hem van de rotsen te smijten, is er slechts ingetogen verdriet.

Zijn moeder, Andromache, brengt op dat moment moed der wanhoop en gebroken stem één van de liederen van Mahlers
Kindertotenlieder ten gehore. Mahler lijkt speciaal voor dit lijden gecomponeerd hebben: de zielenpijn van de moeder snerpt over het veerplein, kruipt de tribune op en raakt ieders hart.

Fenomenaal is Reinhilde Decleir (zuster van Jan Decleir) als Hekabe. Met haar desolate uitstraling verpersoonlijkt zij de totale vergeefsheid. Maar haar stem is haar meest aangrijpende instrument: ieder woord verlaat haar lippen in exact de juiste timing, met de meest precieze nadruk, de volmaakt gepaste intonatie. Zelfs wanneer je de taal niet zou verstaan, zou je hart weten wat zij vertelt: een verhaal dat helaas nog veel te actueel is.

Trojaanse vrouwen tekst Euripides vertaling Judith Herzberger regie/vormgeving Niek Kortekaas dramaturgie/bewerking Alex Mallems video Noud Wynants en Orlando Verde licht Remko van Wely kostuums Sabina Kumeling spel Reinhilde Decleir (Hekabe) Greet Verstraete (Kassandra) Charlotte Vandermeersch (Andromache) Aafke Buringh (Helena) Simone Milsdochter (koorleidster en slagwerk)muziek Gustav Mahler zang Els Mondelaers piano Jaap Dieleman productie Theaterproductiehuis Zeelandia

Gezien door Marjon Sarneel op 23 augustus, op het veerplein bij Perkpolder.


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu